BESCHOUWING — De Amerikaanse agressie (1): Hoe veilig is Suriname nog?

De inval in het nabijgelegen Venezuela moet in ieder geval Suriname met de neus op de feiten hebben gedrukt dat geen land – zeker in deze regio – veilig is voor de Amerikaanse agressie. Vooral de gigantische natuurlijke rijkdommen én de nog altijd levendige maar schimmige handel van cocaïne door drugbendes zouden zomaar aanleiding kunnen zijn om op termijn ook híer in te grijpen en zaken naar zíjn hand te zetten.

Tekst Armand Snijders

Beeld Hulton Archive / Getty Images & AFP / Getty Images

Het zou niet de eerste keer in de geschiedenis zijn dat de Amerikanen zouden willen ingrijpen in Suriname. Op 1 juni 1983 onthulde de New York Times een plan van de regering van president Ronald Reagan om het militaire regime van Desi Bouterse omver te werpen. Voor de Amerikanen was Bouterse een “onvoorspelbare leider met procommunistische sympathieën”. Daarnaast had het regime in december 1982 vijftien vooraanstaande tegenstanders geëxecuteerd.

Het plan van de Central Intelligence Agency (CIA) – de buitenlandse inlichtingendienst van de Verenigde Staten – bestond uit een kleine paramilitaire strijdmacht van Surinaamse ballingen die Paramaribo zou binnenvallen en de legerleiding moest afzetten. Deze operatie werd op het laatste moment afgeblazen nadat Amerikaanse congrescommissies bezwaar maakten.

In 1986, dus drie jaar later, was het Nederland dat onder leiding van toenmalig premier Ruud Lubbers Amerikaanse steun vroeg om Suriname binnen te vallen. Ook deze plannen waren vergevorderd: 850 mariniers en zestien helikopters zouden worden ingezet om het regime van Bouterse te neutraliseren en het vliegveld en doorgangswegen onder controle te krijgen. Nederland zag uiteindelijk af van de invasie omdat het risico op doden te groot werd geacht.

Op de Amerikaanse radar

Maar Suriname bleef nog lange tijd op de Amerikaanse radar. Halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw – tijdens de NDP-regering onder Jules Wijdenbosch – werd opnieuw nagedacht over een manier om Bouterse uit te schakelen. Maar de ex-dictator kreeg daar lucht van en vermoedde dat zelfs leden van zijn regering onder één hoedje met Washington speelden. Die werden toen ontslagen en vervangen.

Echter, de werkelijke reden voor de Amerikaanse interesse in Suriname had vrij weinig met Bouterse te maken. Hij was niet meer dan een bijkomstigheid. Suriname is rijk aan grondstoffen, waarvan de belangrijkste tot de eeuwwisseling bauxiet was. Bauxiet is een belangrijke grondstof voor het vervaardigen van aluminium, wat weer een belangrijk onderdeel is van de militaire industrie.

‘Het zou niet de eerste keer in de geschiedenis zijn dat de Amerikanen zouden willen ingrijpen in Suriname.’

Het is ook niet voor niets dat de VS in de Tweede Wereldoorlog het oog scherp op Suriname hield, dat destijds hofleverancier van bauxiet was. Van grootschalige oliewinning was nog geen sprake en goud werd niet in die hoeveelheid gedolven dat het een invasie waard was.

In een archiefkast gestopt

De reden dat de regering-Reagan uiteindelijk het mapje Suriname in een archiefkast stopte en het land naar de achtergrond verdween, is heel simpel: dankzij het op grote schaal recyclen van aluminium stortte de vraag naar bauxiet in en viel de ‘waarde’ van Suriname voor de VS weg. En daarmee ook het belang van het uitschakelen van Bouterse, waarvan de Amerikanen altijd beweerden dat dit de voornaamste reden was.

Echter, zo’n veertig jaar na de gecancelde inval is Suriname weer aantrekkelijk geworden omdat er olie voor de kust is gevonden. En dus beginnen de US dollartekens weer in de ogen van de Amerikaanse president Donald Trump en zijn regering te schitteren. Tel daarbij op de andere hulpbronnen waar vooral China bovenmatige interesse voor heeft of zelfs al in actief is (zoals bauxiet in West-Suriname en de hout- en met name de goudsector) en het zal duidelijk zijn dat Trump daarom ook Suriname in het vizier heeft.

Invloed van Chinezen

Vergeet niet dat de toenemende bedrijvigheid en invloed van de Chinezen in het land en elders in Zuid-Amerika een enorme doorn in het oog van Trump zijn. Dat werd al duidelijk tijdens het flitsbezoek dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Marco Rubio, vorig jaar maart aan Suriname bracht.

Hij bekritiseerde toen onder meer het ‘roofzuchtige gedrag’ waarmee Chinese investeringen worden opgedrongen en die kunnen leiden tot buitensporige schulden die lokale overheden niet kunnen terugbetalen. Ook nam hij de kwaliteit die Chinese bedrijven leveren bij de uitvoer van projecten in Zuid-Amerikaanse landen op de korrel.

Het zal Trump ook ter ore zijn gekomen dat aartsvijand China voorzichtig het oog heeft laten vallen op mogelijke lithium-voorraden in Suriname. Een team van de China Geological Survey uit Nanjing heeft in september 2025 met toestemming van de regering in de gebieden Mapane en Phedra veldonderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van mogelijk lithium-houdende gesteenten. Lithium is in de hele wereld een gewild maar zeldzaam en daardoor kostbaar mineraal dat onder meer wordt gebruikt voor de productie van batterijen voor elektrische voertuigen.

Imperialistische ambities

Al deze ontwikkelingen zouden weleens aanleiding kunnen zijn voor Trump om op termijn ook in Suriname te interveniëren. Want tal van deskundigen denken dat Venezuela slechts het begin is. Trump heeft ook al herhaaldelijk gedreigd met het gebruik van militair geweld om de controle over Groenland en het Panamakanaal te verkrijgen, omdat hij dat noodzakelijk voor de VS acht.

Met de inval in Venezuela gaf de Amerikaanse regering tegelijkertijd onomwonden een duidelijke boodschap: de olievelden van Venezuela zijn nu Amerikaans eigendom. Het is naïef te denken dat Trumps imperialistische ambities stoppen bij Venezuela. Op 4 januari zei hij tegen Fox News over de Venezuela-operatie: “Dit ongelooflijke voorval van gisteravond… We moeten dit herhalen in andere landen. We kunnen het ook weer. Niemand kan ons tegenhouden.”

Retoriek over democratie

Het is een openlijke verklaring van straffeloosheid, een aankondiging dat internationale wetten en soevereiniteit niets betekenen als ze in de weg staan van Amerikaanse belangen. De Verenigde Staten hebben trouwens een lange geschiedenis van interventies in Latijns-Amerika wanneer hulpbronnen op het spel staan.

‘Het zal Trump ook ter ore zijn gekomen dat aartsvijand China voorzichtig het oog heeft laten vallen op mogelijke lithium-voorraden in Suriname.’

In het onlangs door het Trump-regime vrijgegeven Nationaal Veiligheidsbeleid wordt daarnaast zonder omwegen gesteld dat de Amerikanen meer zeggenschap willen hebben in de regio. De retoriek over democratie, mensenrechten of drugsbestrijding is elke keer weer slechts een dekmantel voor economische belangen gebleken.

Suriname deelt met Venezuela niet alleen geografische nabijheid, maar ook de kwetsbaarheid van een kleine natie met grote hulpbronnen in een regio die arrogant Washington historisch als zijn achtertuin beschouwt. Vooral de Surinaamse olierijkdommen – zeker tegen het licht van de recente gebeurtenissen in Venezuela – wekken de belangstelling van Trump. Dus er is alle reden tot bezorgdheid.

Wat kan Paramaribo doen?

Suriname moet zich dus voorbereiden op een toekomst waarin de aanwezigheid van olie een zegen kan zijn, maar ook een vloek. Het land heeft een zwakke economie, beperkte militaire capaciteit en een bevolking van slechts zeshonderdduizend mensen.

Als Trump besluit dat Surinames olie “essentieel is voor de Amerikaanse nationale veiligheid” of dat het land een bedreiging vormt omdat het te vriendschappelijk omgaat met China of Rusland, wat kan Paramaribo dan doen? De recente geschiedenis toont aan dat juridische argumenten, internationale verdragen en diplomatiek protest weinig gewicht in de schaal leggen tegenover Amerikaanse geopolitieke ambities.-.

*deel 2 verschijnt in de volgende editie

*lees ook Venezolanen blij met Amerikaanse actie_Het gaat ons niet om de olie, we willen vrijheid’ op pagina A1