Suriname heeft alwéér een schuldenakkoord met China gesloten. De Chinese ambassadeur Lin Ji en de ministers Melvin Bouva (Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking) en Adelien Wijnerman (Financiën en Planning) zetten op 30 januari hun handtekening onder de overeenkomsten waarin is vastgelegd dat de vele honderden miljoenen US dollars aan schulden aan Beijing nog soepeler mogen worden terugbetaald. Maar om hoeveel het precies gaat en wanneer er wat moet worden afgelost, is nog altijd een goed bewaard geheim.
Tekst Armand Snijders
Beeld BIS
Tijdens de ondertekening werd met geen woord gerept over de schuldenval waar de NDP-regering van president Desi Bouterse (2010-2020) met open ogen in was gelopen en waardoor Suriname nu nog altijd met de Chinese gebakken peren zit. Er werden vooral tussen 2015 en 2020 op grote schaal forse bedragen geleend voor allerlei vage projecten – waarvan de resultaten minimaal waren – én om ’s lands schoorsteen nog enigszins rokende te houden nadat de reserves in de eerste termijn van Bouterse nagenoeg waren verdwenen.
“Het volslagen gebrek aan openheid speelt ook bij de hernieuwde afspraken met China (weer) een rol en hangt vooralsnog als een duistere deken over Suriname”
De regering – met Bouterse en Gillore Hoefdraad, zijn minister van Financiën, voorop – maakte al te graag gebruik van de diepe zakken die China had (en nog steeds heeft). Daarmee heeft de grootmacht – als economische powerhouse van de wereld – in het kader van het Belt and Road Initiative honderden miljarden US dollars geleend aan landen die krap bij kas zitten, maar toch bijvoorbeeld nieuwe infrastructuur willen aanleggen.
Een prettige bijkomstigheid is dat Beijing geen lastige vragen stelt. Dus ook niet over geschonden mensenrechten en geen keiharde garanties eist(e) voor de terugbetaling van de leningen. Volgens voorzichtige ramingen liep de schuld aan China tussen 2016 en 2019 (dus tijdens de tweede termijn van Bouterse) op van nog geen 250 miljoen US dollar naar 447,9 miljoen US dollar.
Taiwan en Hongkong
De regering van president Chandrikapersad Santokhi (2020-2025) trof bij haar aantreden ongeveer een half miljard US dollar aan Chinese vorderingen aan en dat zou zijn opgelopen tot zelfs één miljard US dollar als hij niet resoluut een streep had gezet door nieuwe leningen die zijn voorganger toegezegd had gekregen tijdens zijn staatsbezoek eind 2019.
Bouterse, die van dat bezoek beladen met Chinese cadeautjes terugkeerde in Suriname, had bij zijn ambtgenoot Xi Jinping geld losgepeuterd voor onder meer een waterkering, heel veel nieuw asfalt en de modernisering van de Johan Adolf Pengel International Airport. In ruil daarvoor verdedigde hij tijdens zijn bezoek China’s aanspraken op Taiwan en zei dat andere landen zich niet met Hongkong mochten bemoeien.
Dat is precies wat ze in China verwachten en daarom zeuren ze niet te veel over de niet-afgeloste schulden. Maar die moeten uiteindelijk wél worden terugbetaald en dat kon Suriname na het verkwistende beleid van de regering-Bouterse-2 totaal niet.
De regering-Santokhi trachtte de vele achtergelaten schulden te herschikken, wat veel moeilijker ging dan vooraf werd gedacht, mede door gebrek aan voldoende deskundigheid in eigen huis. Met name aan de Chinezen hadden Santokhi en zijn minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking een harde dobber.
Terwijl er weinig schot in de onderhandelingen zat, probeerde het duo de samenleving knollen voor citroenen te verkopen door keer op keer te beweren dat een herschikkingsovereenkomst was bereikt. In april 2024 reisde Santokhi voor een tweedaags staatsbezoek zelfs naar China om – volgens eigen zeggen – met zijn collega Xi Jinping definitief een herschikkingsovereenkomst te sluiten. Deze deal kwam er nooit, maar toch beweerde Ramdin dat er een akkoord was.
Onbegrijpelijke leugen
Achteraf bleken slechts de notulen te zijn getekend waarin de gesprekken over de schuldherschikking waren vastgelegd. Ook was afgesproken “om de administratieve afhandeling zo spoedig mogelijk te arrangeren”. Echter, een deal was nog heel ver weg. Ramdin moest later wel toegeven dat het allemaal toch wat anders in elkaar stak dan hij had beweerd, maar kwam – zoals altijd – ongeschonden met zijn onbegrijpelijke leugen weg.
Eind 2024 beweerde de regering opnieuw dat de schuldherschikking eindelijk rond was nadat stukken met de Chinese ambassadeur Lin Ji in Suriname waren getekend. Maar wéér was dit een onjuiste weergave van de feiten, want het bleek om gedeeltelijke afspraken te gaan.
Het ging slechts om de zogenoemde fase 1 waarvoor werd getekend. Die had te maken met alle achterstanden die Suriname had lopen tot 2021 én herschikking van de betalingen die gedaan moesten worden in 2022 tot 2024. Er waren voor zowel de aflossingen als rentebetalingen nieuwe afspraken gemaakt. Echter, voor andere terugbetalingen moest opnieuw met China rond de tafel worden gezeten. Daarmee was de regering nog altijd niet af van hét hoofdpijndossier waar Suriname mee zat opgescheept.
Tijdens zijn bezoek aan China had Santokhi wel allerlei afspraken gemaakt met bedrijven om in Suriname hun vleugels uit te slaan. Hoeveel en in wát zij zouden investeren en wat dit het land uiteindelijk zou kosten, is nooit bekendgemaakt. Dus of daardoor de schuld van inmiddels ongeveer zeshonderd miljoen US dollar nog verder is opgelopen, is onduidelijk.
Oplossen schuldenproblemen
Bij de overname van het presidentiële stokje in mei 2025 door Jennifer Geerlings-Simons kwam het hoofdpijndossier-China op haar bordje terecht. Het was dus aan haar om de rommel op te ruimen die Bouterse eerder had achtergelaten en waarmee hij Suriname in een diepe crisis had gestort, waar het volk nu nog altijd deels onder lijdt.
Het heeft vorige week uiteindelijk geleid tot een zogeheten ‘aanvullend raamwerkakkoord’ dat tussen beide landen werd getekend. Ambassadeur Lin Ji zei dat het de basis vormt voor het oplossen van de schuldenproblemen, waarmee hij in feite bevestigde dat die onder Santokhi nog altijd niet tot een bevredigend einde waren gebracht.
Hij sprak over het helpen “om de fiscale druk voor Suriname te verlichten en middelen vrij te maken voor ontwikkeling” en op die manier het vertrouwen van de internationale gemeenschap te versterken. China helpt Suriname “op basis van wederzijds respect, gelijkwaardigheid en win-winprincipes”, zo verzekerde hij.
Minister Wijnerman gaf aan dat het akkoord duidelijkheid moet scheppen over de structuur van de samenwerking en richting geeft aan de volgende fase van financiële betrokkenheid. Bouva sprak zelfs van het beleid van Suriname om de “schuldhoudbaarheid” van het land te versterken. Daarvoor zijn “drie concessionele leningen samengevoegd in één faciliteit met aangepaste voorwaarden”. Hierdoor zou extra fiscale ruimte ontstaan en wordt de macro-economische stabiliteit ondersteund. “Daardoor blijven de ontwikkelingsdoelstellingen van Suriname haalbaar”, aldus de bewindsman.
“De regering – met Bouterse en Gillmore Hoefdraad, zijn minister van Financiën, voorop – maakte al te graag gebruik van de diepe zakken die China had (en nog steeds heeft)”
Dat klinkt allemaal positief maar komt er in feite op neer dat alle schulden nog overeind staan en dat deze in aangepaste vorm en onder een andere noemer zijn ondergebracht. Het enige verschil is dat de terugbetaling van de schulden wat later mag plaatsvinden. Daarmee hoopt de regering tijd te winnen tot de gehoopte oliedollars vanaf 2028 binnen zullen stromen, een al eerder door de president gehanteerde tactiek, zonder dat uit de doeken werd gedaan welke voorwaarden voor de nieuw deals gelden.
Het volslagen gebrek aan openheid – over onder meer de rentepercentages, looptijden of eventuele andere ‘tegenprestaties’ – speelt ook bij de hernieuwde afspraken met China (weer) een rol en hangt vooralsnog als een duistere deken over Suriname. Wat werkelijk is afgesproken met Beijing, krijgen we vermoedelijk pas over een aantal jaren te horen. De zo vaak gepropageerde transparantie is ook wat dit betreft ver te zoeken. En zolang het in de zorgvuldig bewaakte kastjes van de regering (lees: de NDP) blijft liggen, blijft het Chinese schuldmysterie na al die jaren eveneens een goed bewaard geheim.
De Chinese ambassadeur Lin Ji (l) met de ministers Melvin Bouva (m) en Adelien Wijnerman (r).
- VAN TRIKT KRIJGT KANTOORPAND TERUG..
- Costa Ricanen naar de stembus..
- Regering en Ravaksur Plus bespreken verbetering rechtsposit…..
- Nefroloog-kwestie Nickerie: Misiekaba vraagt ruimte voor be…..
- Bestuurder meldt zich na dodelijke aanrijding bij politie..
- DE DEPLORABELE STAAT VAN ONZE BRUGGEN..
- ‘LOCAL CONTENT MANIA’ IS EEN GEVAARLIJKE ILLUSIE..
- Voorwaarts wil dit seizoen een prijs pakken..
- Gebrek aan auteursrechtenstructuur remt groei Surinaamse mu…..
- De DIPLOMATENKLAS 2026: met de koffers op stap..
- Het Korps Politie Suriname feliciteert lichting februari 20…..
- Karel Choennie tien jaar bisschop..
- Parmessar: herstructurering OM inzet van principieel debat …..
- GELD IS ER WÉL, MAAR NIET VOOR IEDEREEN..
- Rustig weer met zon en bewolking; verspreide buien..
- Maersk neemt tijdelijk beheer Panama-kanaalhavens over na r…..
- Surinaamse schulden met gezicht..
- Rechtbank als theater..
- Miljardair overlijdt na mislukte penisvergrotings ingreep, …..
- Overheid sluit voordeur, internet blijft open staan..
- Harold Desiré Dundas (79) Rotterdam. Nederland 29-1-2026..