Vicepresident Gregory Rusland bevestigde onlangs in De Nationale Assemblée namens de regering opnieuw, wat al jaren een publiek geheim is: de overheid van Suriname heeft grote betalingsachterstanden bij haar eigen nutsbedrijven. Zowel bij de Energie Bedrijven Suriname (EBS) als bij de Surinaamsche Waterleiding Maatschappij (SWM) bestaan er schulden die volgens de vicepresident, deels teruggaan tot 2020. De kwestie is in de Raad van Ministers besproken en er wordt gewerkt aan betalingsregelingen. “Als een bedrijf diensten verleent, moet je betalen”, stelde Rusland terecht vast.
Dat klinkt als een vanzelfsprekendheid. Toch is het pijnlijk dat juist de hoogste vertegenwoordiger van de uitvoerende macht, dit in De Nationale Assemblée moet uitspreken met het schaamrood op de kaken. Want de staat is geen gewone klant. Hij is wetgever, aandeelhouder, toezichthouder en tegelijk de grootste afnemer van elektriciteit en water. Wanneer diezelfde staat structureel nalaat te betalen, ondermijnt deze niet alleen de financiële gezondheid van de nutsbedrijven, maar ook het vertrouwen in de rechtsstaat en de geloofwaardigheid van het overheidsbeleid, regering na regering.
De gevolgen zijn concreet hoorbaar in de bigi taki die Leo Brunswijk uit aan het adres van de volksvertegenwoordiging.
Nutsbedrijven die niet of te laat betaald worden, hebben minder middelen voor onderhoud, investeringen en uitbreiding van het net, en vormen dan blijvend een haard van nepotisme. Storingen, watertekorten en verouderde infrastructuur zijn deels het resultaat van jarenlange liquiditeitsproblemen. Terwijl burgers en bedrijven wel worden aangespoord – en soms gedwongen – om hun rekeningen tijdig te voldoen, lijkt de overheid zichzelf een uitzonderingspositie toe te kennen. Dat creëert een giftig voorbeeld. Waarom zou de gewone Surinamer of ondernemer, wél discipline tonen als de staat zelf, structureel in gebreke blijft? Waarom zou de belastingbetaler de eigen verplichtingen voldoen in die hoedanigheid of zich beter gedragen als abonnee?
De schulden dateren deels al uit 2020. Dat betekent dat meerdere kabinetten, van verschillende samenstelling, hier verantwoordelijkheid voor dragen. Het is geen incident of crisis, maar een stelselmatig patroon. Begrotingsdiscipline lijkt structureel tekort te schieten wanneer het aankomt op het nakomen van verplichtingen jegens eigen staatsbedrijven. In plaats van tijdige betalingen worden achterstanden opgestapeld, totdat de politieke druk zo hoog wordt dat er ‘regelingen’ moeten worden getroffen. Dat is geen gezond financieel beheer of zelfs aanvaardbaar crisisbeheer.
Er zijn argumenten die soms worden aangevoerd: krappe overheidsfinanciën, andere urgente uitgaven, of de noodzaak om sociale voorzieningen overeind te houden. Die argumenten verdienen aandacht, maar zij rechtvaardigen geen structurele wanbetaling. Een overheid die prioriteiten stelt, moet die keuzes transparant maken en de gevolgen voor nutsbedrijven expliciet meenemen in de begroting. Achteraf zeggen dat er ‘regelingen’ komen, is onvoldoende. De rekeningen hadden tijdig moeten worden voldaan of de uitgaven hadden eerder moeten worden bijgesteld. De uitspraak van de vicepresident is een begin van erkenning. Erkenning alleen is echter niet genoeg en niet de vicepresident, maar de president moet zich verantwoorden. De regering moet nu concrete stappen zetten: een helder afbetalingsplan met realistische termijnen, structurele budgettering van nutsvoorzieningen in de begroting en interne discipline zodat nieuwe achterstanden niet opnieuw ontstaan. Daarnaast is het wenselijk dat de nutsbedrijven zelf meer armslag krijgen om achterstallige vorderingen op de overheid af te dwingen, zonder dat dit tot politieke chantage of stilzwijgen leidt. Suriname heeft behoefte aan betrouwbare energie- en watervoorziening. Die betrouwbaarheid begint bij een overheid die haar eigen rekeningen betaalt. De betaalmoraal van de staat is geen detail in de huishouding van de natie; zij is een maatstaf voor de geloofwaardigheid van bestuur en van de politici in de voorhoede van dat bestuur. Als de overheid eist dat burgers en bedrijven hun verplichtingen nakomen, moet zij zelf het goede voorbeeld geven. Alles wat daaronder blijft, is een vorm van institutionele hypocrisie die het land uiteindelijk duur komt te staan.
The post BESCHAMENDE BETAALMORAAL VAN DE STAAT ..
- Typische tropische dag, warm, benauwd met mix van zon en wo…..
- India helpt Nepal met elektriciteit..
- China en VS doen waarschuwingen AI-topmannen af als bangmak…..
- Kabinet van de President waarschuwt voor fake online berich…..
- Franse ambassadeur overhandigt geloofsbrieven aan president…..
- Zwevende vis neemt een zonnebad..
- De ondergang van Suriname’s visserijsector – Een nationale …..
- Grassalco praat met Afreximbank; Barbados heeft belangstell…..
- Frankrijk wil samenwerking met Suriname rond olie en gas ve…..
- Column: Het ruikt fishy..
- Mennonieten verbaasd: Niemand heeft ons verteld dat we hier…..
- Stem Surinaamse inheemsen klinkt tijdens pre-sessie VN..
- Grassalco-dossier: partner miste cruciale milieubewaking vó…..
- SWM-directeur: ‘Kostprijs water sterk gestegen door import …..