Voor aanvang van de Raad van Ministersvergadering (RVM) zei Minister Marinus Bee van Binnenlandse Zaken (BIZA) dat hij geen afstand doet van de wetten die tijdens zijn periode zijn aangenomen, als gewezen voorzitter van De Nationale Assemblée (DNA).
De uitspraak heeft betrekking op de Wet Rechtspositie Rechterlijke Macht, die regelt welke vergoeding leden van de rechterlijke macht krijgen. Er is toen een nieuwe bezoldigingsreeks vastgesteld, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2024.
Bee legt uit dat er kritiek was rond de ondertekening van de resolutie. Aangezien hij van de ABOP is, en toen achter het wetsontwerp stond, wordt nu de vraag gesteld als hij van inzicht is veranderd. Bee stelt dat de publicatie van een wet gebeurt door de minister die op dat moment in functie is, na ondertekening van de president.
De uitvoering van de wet is opgedragen aan de minister van Financiën en Planning en de president van het Hof van Justitie. Bee zegt daarom slechts administratief erbij te staan. Hij benadrukt dat toen de wet in het parlement werd behandeld, de focus vooral lag op de wetgevende- en uitvoerende macht.