AFVAL IS GEEN BIJZAAK: FALEND BELEID IS ZICHTBAAR OP STRAAT

Dit artikel is niet primair bedoeld voor de leden van De Nationale Assemblée, hoewel zij wettelijk verantwoordelijk zijn voor het controleren van milieubeleid en het waarborgen van volksbelangen. Helaas blijkt uit jarenlange ervaring dat communicatie met DNA-leden over urgente kwesties als afvalverwerking, vaak onbeantwoord blijft. Daarom delen wij dit belangrijke verhaal direct met u, het grotere publiek, in de hoop aandacht te genereren, bewustzijn te vergroten en zo politieke druk op te bouwen om verandering af te dwingen.
Het staatsbezoek van koning Willem-Alexander en koningin Máxima aan Suriname, was zonder twijfel een diplomatiek hoogtepunt. Ministers, topambtenaren en ceo’s van grote Nederlandse bedrijven reisden mee, klaar om te spreken over investeringen, samenwerking en gedeelde toekomst. Toch viel één opvallende afwezigheid op: geen ceo’s van afvalverwerkingsbedrijven. Dat gemis is geen detail, maar een symptoom van een dieper liggend probleem in hoe Suriname zijn prioriteiten stelt. Het is het resultaat van jarenlang politiek wegkijken. Juist daarom wringt het dat bij zo’n staatsbezoek, waarin economische samenwerking centraal staat, afvalverwerking geen expliciet thema lijkt te zijn geweest. Terwijl Nederland internationaal bekendstaat om zijn expertise in circulaire economie, afvalscheiding, recycling en energieopwekking uit afval, bleef dit kennis- en investeringsdomein buiten beeld. Dat roept de vraag op: waarom zien we afval nog steeds niet als strategische ontwikkelingskans?
Ons land verkeert al decennialang in een structurele afvalcrisis. Dat is geen retoriek, maar een vaststaand beleidsfeit. Afval stapelt zich op in woonwijken, verstopte afvoerkanalen veroorzaken wateroverlast, sloten en rivieren functioneren steeds vaker als open vuilstortplaatsen. Dit zijn geen incidenten, maar voorspelbare gevolgen van falend bestuur. Wie afval blijft reduceren tot een ‘praktisch probleem’, miskent de politieke verantwoordelijkheid die hier speelt.
De kern van het probleem is dat afval in Suriname nergens echt prioriteit is. Niet op regeringsniveau, niet in parlementaire debatten, niet in meerjarenbegrotingen. Afvalverwerking zweeft ergens tussen lokale overheden, ondergefinancierde diensten en tijdelijke projecten. Die bestuurlijke vaagheid is geen onschuldige omissie, maar een bewuste politieke keuze: wat geen prioriteit is, hoeft ook niet te worden opgelost. Dat is onhoudbaar. Een land dat inzet op olie, gas, toerisme en stadsontwikkeling kan zich deze blinde vlek niet veroorloven. Investeringen verliezen hun waarde wanneer steden onleefbaar worden. Toerisme floreert niet naast vervuilde rivieren en kreken en een stinkende binnenstad van Paramaribo, die nota bene op de UNESCO-lijst staat. Klimaatadaptatie faalt wanneer waterafvoer structureel geblokkeerd is door afval. Afvalverwerking is geen ‘zachte sector’, maar harde infrastructuur. Geen enkele ontwikkelingsstrategie is geloofwaardig, zolang onze hoofdstad en districten onleefbaar worden door vuil, wateroverlast en gezondheidsrisico’s. Afval is ook geen randvoorwaarde, het is een fundament.
De verantwoordelijkheid ligt allereerst bij de regering. Het ontbreken van een samenhangend nationaal afvalbeleid is een beleidsfalen. Suriname heeft geen helder wettelijk kader dat regelt wie waarvoor verantwoordelijk is, geen bindende normen voor inzameling en verwerking, geen nationale doelstellingen voor recycling of afvalreductie. Zonder nationale regie blijft elke poging fragmentarisch en inefficiënt.
Ook De Nationale Assemblée draagt verantwoordelijkheid. Afval komt zelden structureel op de agenda, behalve na crises of publieke verontwaardiging. Parlementaire controle op uitvoerend beleid is zwak, wetgevende initiatieven blijven uit. Daarmee legitimeert het parlement impliciet de status quo: uitstel, versnippering en gebrek aan handhaving.
Districtsoverheden opereren intussen met minimale middelen en maximale verwachtingen. Zij worden afgerekend op straatbeeld en wateroverlast, maar beschikken niet over het budget, de wetgevende macht of de infrastructuur om structurele oplossingen te realiseren. Dit is geen decentralisatie, maar afschuiven van verantwoordelijkheid.
Wat nodig is, is een politieke koerswijziging.
Ten eerste moet afvalverwerking expliciet worden benoemd als nationale beleidsprioriteit. Dat vereist een wettelijk verankerd Nationaal Afvalbeheerplan met duidelijke doelen, tijdslijnen en verantwoordelijkheden. Zonder wetgeving blijft elk plan vrijblijvend.
Ten tweede moet de regering inzetten op publiek-private samenwerking als beleidsinstrument, niet als losse belofte. Afval is economisch benutbaar. Recycling, compostering en energieopwekking uit restafval kunnen werkgelegenheid creëren en importafhankelijkheid verminderen. Dat vraagt om investeringszekerheid, transparante concessies en duidelijke regelgeving — precies daar waar de overheid haar rol moet spelen.
Ten derde is handhaving cruciaal. Illegaal dumpen is geen cultureel probleem, maar een gevolg van zwakke controle en ontbrekende sancties. Zonder consequente handhaving ondergraaft een kleine groep overtreders het hele systeem. Beleidsmakers die dit nalaten, dragen directe verantwoordelijkheid voor de gevolgen.
Ten vierde moet afvalbeleid worden geïntegreerd in klimaat- en waterbeheer. Wateroverlast in Paramaribo is geen natuurramp, maar bestuurlijk falen. Internationale klimaatfondsen zijn beschikbaar, maar alleen voor landen met coherente plannen en bestuurlijke capaciteit. Afvalverwerking is daarbij een sleutelcomponent.
Het staatsbezoek van de koning heeft blootgelegd, wat Suriname nog steeds nalaat te adresseren. Ontwikkeling begint niet bij staatsdiners of intentieverklaringen, maar bij beleid dat zichtbaar werkt in het dagelijks leven van burgers. Het afval dat vandaag onze straten, sloten en rivieren verstikt, is het tastbare bewijs van politieke keuzes— of het gebrek daaraan.
De vraag is niet of Suriname dit probleem kan oplossen. De vraag is of de politieke wil bestaat om afval eindelijk te behandelen als wat het is: een test voor bestuurlijke ernst en beleidsvolwassenheid. Wie die test blijft uitstellen, kiest bewust voor stagnatie.
Wat had anders gekund — en wat kan nog steeds?

Ten eerste moet Suriname afval erkennen als nationale prioriteit. Dat vraagt om een duidelijke beleidsvisie: van inzameling tot verwerking, van regelgeving tot financiering. Een nationaal afvalplan met meetbare doelen — vermindering van stortafval, verhoging van recycling, schonere waterwegen — is geen luxe, maar noodzaak.
Ten tweede ligt er een kans voor publiek-private samenwerking. Nederlandse afvalverwerkingsbedrijven beschikken over technologie en ervaring, Suriname over ruimte, arbeidskracht en een groeiende afvalstroom die economisch benut kan worden. Denk aan sorteerinstallaties, compostering van organisch afval, recycling van plastics en zelfs energieopwekking uit restafval. Dit zijn geen toekomstfantasieën, maar bewezen modellen elders.
Ten derde vereist elk systeem handhaving en gedragsverandering. Zonder consequente controle blijft illegaal dumpen lonend. Zonder publieke bewustwording blijft afval ‘iemand anders probleem’. Onderwijs, buurtprojecten en financiële prikkels (zoals statiegeldsystemen) zijn essentieel om burgers onderdeel te maken van de oplossing.
Ten vierde moet afvalbeleid worden gekoppeld aan klimaat- en waterbeheer. Verstopte kanalen zijn geen natuurfenomeen maar een beleidsfalen. Door afvalverwerking te integreren in klimaatadaptatiestrategieën — met steun van internationale fondsen — kan Suriname meerdere problemen tegelijk aanpakken.

Het staatsbezoek is voorbij, maar de les blijft. Ontwikkeling draait niet alleen om grote woorden, investeringsdeals of symbolische momenten. Het draait om wat dagelijks zichtbaar is op straat, in wijken en langs rivieren. Het afval dat niet meereisde met het koninklijk gezelschap, ligt er nog steeds — als stille aanklacht tegen uitgestelde keuzes.
Echte wijsheid zou zijn om nu te handelen. Niet morgen, niet na de volgende overstroming, maar vandaag. Afval is geen bijzaak. Het is een lakmoesproef voor bestuurlijke volwassenheid en visionair beleid in Suriname.
Drs. Ing. Colvin Overdiep  MPhil
The post AFVAL IS GEEN BIJZAAK: FALEND BELEID IS ZICHTBAAR OP STRAAT ..