Advocaat: verdediging DNV-verdachte belemmerd bij aanleveren bewijzen

Tekst Valerie Fris

PARAMARIBO – In de zaak waarin een militair, werkzaam bij het Directoraat Nationale Veiligheid (DNV), wordt verdacht van de moord op zijn vriend, heeft zijn raadsvrouw dinsdag gesteld dat de verdediging wordt tegengehouden bij het aanleveren van bewijs. Advocaat Maureen Nibte, die de verdachte A.H. bijstaat, gaf op de vorige zitting aan dat het vreemd is dat er bij het bekijken van de camerabeelden van de bewuste avond waarop het strafbare feit zou hebben plaatsgevonden, vijf minuten aan beeldmateriaal ontbreken.

Volgens de verdachte zou hij omstreeks tien voor elf ’s avonds door het latere slachtoffer thuis zijn afgezet. De afdeling Digitale Recherche heeft echter uitgelegd dat hiervan geen beeldmateriaal beschikbaar is. Nibte stelt dat juist deze ontbrekende vijf minuten het verschil kunnen maken tussen vrijspraak en een veroordeling wegens moord en drong erop aan dat dit verder wordt onderzocht.

Meerdere verzoeken

De raadsvrouw gaf verder aan dat het Openbaar Ministerie alle door haar gedane verzoeken ‘categorisch heeft afgewezen’. De auditeur-militair stelde echter dat dit niet het geval was en dat alle noodzakelijke jurisprudentie in acht is genomen. De president van de Krijgsraad, Cynthia Valstein-Montnor, schorste daarop de zitting om zich te beraden over de verzoeken van de raadsvrouw.

De president gaf aan dat het verzoek van Nibte om de patholoog-anatoom te horen wordt gehonoreerd. De andere verzoeken, met betrekking tot de camerabeelden en het uitvoeren van een reconstructie, werden afgewezen. Als motivatie gaf de president aan dat de raadsvrouw op de zitting van 11 december tevreden was met het toen getoonde materiaal en de verklaringen van de deskundigen.

Ontkenning

De verdachte heeft tot nu toe steevast ontkend zijn vriend op 1 juni van dit jaar van het leven te hebben beroofd. Volgens het politieonderzoek zou A.H. in beeld zijn gekomen op basis van zijn lichaamsbouw, kleding en loophouding op camerabeelden waarop het gezicht niet duidelijk zichtbaar is. Ook zou de vriendin van de verdachte aanvankelijk tegenover de politie hebben verklaard dat zij haar vriend herkende op de getoonde beelden. De capuchon die de verdachte droeg, zou bovendien van haar zijn geweest.

Op een later moment kwam de vriendin echter terug op deze verklaring. De volgende zitting staat gepland voor 30 januari.