Het ziet er surrealistisch uit. Een ploeg mannen en vrouwen in witte beschermende pakken loopt door een vluchtelingenkamp in het oosten van de Democratische Republiek Congo. Ze zijn op weg naar een tent van een 39-jarige vrouw die kort daarvoor met ebola naar het ziekenhuis is gebracht.
Ze pakken hun sproeiapparaten met chloorwater en beginnen het tentzeil schoon te spuiten. Al snel ruikt het hele straatje naar een zwembad. Inwoners kijken toe. Het lukt hulpverleners in het oosten van Congo nog altijd niet om de ebola-uitbraak onder controle te krijgen. Inmiddels zijn ruim 3600 mensen overleden. De echte strijd tegen het virus wordt niet in ziekenhuizen gevoerd, maar juist in de dorpen waar het virus zich verspreidt.
‘Ik ben niet bang’
Voorop gaat Claude. De Congolees staat aan het hoofd van het lokale desinfectieteam, dat met steun van de lokale autoriteiten is opgezet. Normaal werkt hij in de apotheek van de dorpskliniek. Nu staat hij aan de frontlinie van de ebola-uitbraak.
“Dit werk moeten we doen om de besmettingsketen te doorbreken”, vertelt hij. “We maken niet alleen het huis schoon, maar ook de gemeenschappelijke wc van deze buurt.”
Ebola verspreidt zich niet via de lucht, zoals covid, maar via direct contact met een patiënt of met besmette lichaamsvloeistoffen. Daarom moeten plekken waar een patiënt heeft gewoond of is overleden zorgvuldig worden gedesinfecteerd. Denk aan oppervlakken waarop bloed, braaksel of uitwerpselen kunnen zijn terechtgekomen.
Gewapende groepen
Claude weet dat zijn werk risico’s met zich meebrengt. Toch twijfelt hij niet. Dat komt onder meer omdat hij al een nichtje aan ebola verloor. “Ik ben niet bang om dit werk te doen. Als ik bang zou zijn, komt het virus uiteindelijk bij mij thuis. Bij mijn vrouw en mijn kinderen. We moeten dit koste wat kost stoppen. Als we niet ingrijpen, kan het ons allemaal doden.”
Zijn dorp Djatsi, liggende tussen de groene heuvels, is een van de nieuwe ebola-hotspots. Het maakt voelbaar waarom het zo moeilijk is om de uitbraak onder controle te krijgen. Niet alleen ligt het op een afgelegen plek waar je alleen kunt komen via onverharde wegen, het is ook een onveilige regio.
Djatsi bestaat voor een deel uit gewone bebouwing en voor een deel uit een vluchtelingenkamp, waar mensen in tenten wonen. Al decennialang zijn gewapende groepen actief en is er etnisch geweld. Dat komt mede doordat er goud in de grond zit waar iedereen zijn handen op wil leggen.
Ook de armoede in de regio draagt bij aan de verspreiding van het virus. Veel Congolezen schrapen hier naar restjes goud om rond te komen. Mijnwerkers en handelaren trekken van plek naar plek en kunnen het virus zo onbedoeld meenemen. De uitbraak verplaatst zich zo naar nieuwe plekken waar nog niet altijd alle faciliteiten of mankracht is om het goed genoeg aan te pakken.
Niet op tijd naar het ziekenhuis
In deze cocktail van omstandigheden staat dus Claude met zijn kleine team en hun sproeiapparaten. Hij is niet helemaal alleen. Terwijl zij schoonmaken, gaat een ander team van voorlichters de buurt in. Hun doel is mensen op te sporen die mogelijk contact hebben gehad met de besmette vrouw.
Ze beginnen bij haar zus. Aan de voorlichters vertelt de zus dat hun moeder drie weken geleden is overleden. “Was dat ook ebola?” De vrouw haalt haar schouders op. Ze leggen haar uit waar ze op moet letten en wat ze moet doen als ze klachten krijgt. “Heb je hoofdpijn, koorts of ben je heel moe? Dat kan ebola zijn. Als je je ziek voelt, moet je direct naar het ziekenhuis gaan en niet wachten.”
Het lijkt eenvoudig, maar juist dit soort gesprekken kunnen het verschil maken voor het doorbreken van de besmettingsketen en het redden van levens. Want nog steeds gaan veel mensen niet of niet op tijd naar het ziekenhuis. Ze blijven thuis, waar ze worden verzorgd door familieleden. Zo gaan de besmettingen door en vallen er soms meerdere dodelijke slachtoffers binnen een familie.
Geruchten en geldgebrek
Dokter Pomme loopt mee met het team dat de buurt ingaat. De gezondheidsexpert van Unicef ziet dat mensen echt nog overgehaald moeten worden om hulp te zoeken.
“Er zijn geruchten. Er wordt gezegd dat iedereen die naar het ziekenhuis gaat daar juist de ziekte oploopt. Maar soms is het ook gewoon een kwestie van geld: mensen kunnen het vervoer naar het ziekenhuis niet betalen.”
Als Claude en zijn team in hun witte pakken in de buurt opduiken, wordt dat dan ook niet altijd gewaardeerd. Claude is al eens met stenen bekogeld. Maar hij ziet ook een lichtpuntje. “Langzaam accepteren ze ons werk”, zegt hij. “Dat komt doordat wij zelf hier wonen. Dat zorgt voor meer vertrouwen. Wij zijn dit dorp.”
The post Aan de frontlinie van de ebola-uitbraak: “Ik ben niet bang om dit werk te doen” appeared first on Suriname suriname.
- Surinaamse schakers boeken eerste zege op Olympiade..
- Saamaka Daka blijvende herinnering aan moed en strijd vooro…..
- Onderzoek wijst op mogelijke link Grassalco met vervuiling …..
- EEUWIG WORDT JAP VERNIEUWD..
- BESCHAMENDE BETAALMORAAL VAN DE STAAT..
- Jagesar: Spin-off GranMorgu nu al merkbaar, aandacht versch…..
- Ronald Snijders werkt aan jubileumconcert voor 50 jaar muzi…..
- Trump claimt permanente controle over veiligheid Groenland …..
- Suriname heeft een nieuw energieparadigma nodig!..
- Vogelgriep vastgesteld bij pluimvee in Suriname; kip blijft…..
- Gaming en community centraal bij Escon..
- MEDISCH AFVAL NIET VERANTWOORD VERWERKT OP ORNAMIBO..
- Gedeeltelijke brandschade aan magazijn na vermoedelijke kor…..
- Lichaam van vermiste man (46) opgevist uit Surinamerivier n…..
- KPS doet dringende oproep aan verkeersdeelnemers tijdens Pa…..
- OM laat aangifte tegen advocaat wegens vermoedelijke valshe…..
- Suriname en Guyana willen gezamenlijk optrekken op markt vo…..
- Eerste materiaal voor operationaliseren olieboorputten aang…..
- Braganza wacht nog op kap- en milieuvergunningen voor landb…..
- Venezolaanse vrouw en partner aangehouden in onderzoek naar…..
- President bereidt zich voor op deelname aan 81ste Algemene …..